Dag 9 – Van Indochinese tot local Isan

Sa wat die kha!

Na een nacht die alleen nog gestoord werd (na de locale begrafenis van de kever) door een verzameling jankende honden iets verderop, waren we vroeg weer uit de veren (hoewel ik niet denk dat deze matrassen veel veren bevatten eigenlijk… en een dekbed hebben we bepaald niet nodig!).

Dit keer ging er andere familie mee, daar de zussen vandaag weer moesten werken. 2 nichtjes gingen mee, die waren er gisteren ook bij het diner, en hadden nog een foto van mij bewaard! Leuk om ze weer terug te zien. Wel moesten we met z’n 4en op de achterbank, wat het reizen iets minder comfortabel maakte. Op weg naar Mukdahan, een grensstad aan Laos. Toch wel een dikke 2 uur rijden. Naast de standaard WC-pauzes was onze eerste stop de 2e Lao-Thai friendship bridge. Er zijn 3 bruggen over de Mea Kong, een in Nong Kai, sindskort een 3e in Nakhon Panom, en deze dus, in Mukdahan. Het was druk bij de brug en er was geen parkeerplek te vinden, later zagen we de brug van een afstandje vanuit de stad.

Een grensplaats brengt het nodige handelsverkeer met zich mee, en daarmee een grote indo-chinese market. Je kunt er daadwerkelijk alles kopen, van eten tot zonnebrillen, souveniertjes tot Vietnamese kleding, sieraden tot matjes, volgens mij kun je je hele uitzet inslaan.
Leuk om rond te kijken, maar meer dan wat snoepjes hebben we niet gekocht.

Hierna stapten we wederom in de auto en met wat gezoek kwamen we bij een katholieke kerk aan, die opgedragen was aan de 7 martelaren van Thailand. Zo’n 125 jaar geleden zijn die door de toenmalige politie doodgeschoten omdat het Christendom niet geduld werd in Thailand. 2 nonnen, een priester en een aantal kinderen. Tja – sommige dingen zijn ook overal hetzelfde.
Ook hier hadden we uitzicht op de Mae Kong, wat trouwens een enorm brede rivier is. Heerlijk windje, dat ik kracht op thuis leek, maar dan een X-aantal graden warmer.

Lunchen deden we ook aan de Mae Kong, in een hutje waar je op de grond moest zitten. Khao Niau (sticky rice) met Som Tam (papaya salad) en nog diverse andere specialiteiten. Aroi maak, of Seap Lai in Isaan.

Daarna gingen we door naar That Panom, een Pagoda die het symbool vormt van Nakhon Panom, en ook erg bekend is in de rest van Thailand. Als echte boedist loop je 3 rondjes rondom de pagoda, waarin een stukje van Boedha’s gebeente wordt bewaard, wij namen genoegen met 1 rondje. De pagoda is prachtig, wit met veel goud. Ook de muren er omheen. Rondom het boedistisch geloof is er veel bijgeloof, dat ook door de Thai zelf niet te serieus wordt genomen. Zo kun je met stokjes in een potje rammelen tot er eentje uitvalt. Vervolgens zoek je het briefje dat bij het nummer van het stokje hoort, en hierop staat dan je horoscoop zeg maar. In dit geval ook in het Engels. Ik schudde eerst nummer 22, maar daarvan waren de briefjes op. Dan maar nog een keer, nummer 1: ik wordt heel gelukkig (gelukkig maar). Bij Paul vielen er eerst 10 stokjes tegelijk uit (da’s dan wel weer vragen om teveel happiness) maar daarna had hij nummer 27 en ra-ra, ook hij wordt gelukkig EN vind een echtgenote met wie hij dan een levenslang gelukkig huwelijk zal hebben!

Ook stonden hier de 12 dieren van de dierenriem – afhankelijk van het jaar waarin je geboren bent vind je dan je dier en gooi je een lepel water over zijn hoofd. Brengt geluk!

In de auto spraken we ook al over verjaardagen – wanneer we jarig waren, nou, 2 juni ’83 en 15 januari ’78. Ja, maar welke dag dan? Geen idee. Dat werd onmiddelijk opgezocht op de mobiele telefoon; Paul is op donderdag geboren en ik ben een zondagskindje. Dat je het even weet. In de auto hadden we ook gesprekken over de kosten van dingen, hoe duur is een auto, hoeveel verdient een leraar. Hier kun je een huis bouwen op het land van je familie, wat ze al sinds oudsher in bezit hebben. Daarom trek je dus altijd naar je geboorteplaats toe (van een der echtgenoten). Wanneer je voor studie of werk in een andere provincie moet wonen, kun je alleen maar een huisje of appartement huren.
Ze trokken snel de conclusie dat het leven duur is bij ons en je maar beter in Thailand kan wonen! En eigenlijk zitten ze er niet eens zover naast!

Hierna moesten we weer de thuisreis aanvaarden. Een lange rit terug – knap van de chauffeur om niet in slaap te vallen, maar hij is het gewend, hij is al drie maal met SongKran (Thai nieuwjaar) naar Phuket gereden, dat is 2 volle dagen rijden…

We stopten in Nakhon Sakhon waar we even door het locale park (gewijd aan de moeder van de koning) – waar allerlei sporten werden beoefend. Ik dacht eerst dat we langs een kinderspeeltuin liepen, maar toen ik goed keek stonden er allemaal volwassenen op de vrolijk gekleurde toestellen – fitness in de buitenlucht! Vele mensen renden rondjes rond het meer (1km) en er was een heuse roei-race-baan, eentje was er aan het oefenen met wel zeker 30 man in een kano (of roeiboot).

Leuk om te zien. Hierna gingen we eten- en weer werden we van een overdaad voorzien. Paul probeerde Pad Thai out (fried noodles) en ik kreeg een zeevruchten schotel voorgezet. Best pittig, maar wel lekker. Als toetje een heel zoet (waan) mengseltje van ‘everything’. Mijn Thai wordt steeds beter en het engels van Pee Pui’s echtgenoot ook!

Rond een uur of 8 kwamen we weer ‘thuis’ aan. Wederom een lange maar geslaagde dag. We schreven nog wat dagen bij en besloten nog een dagje langer te blijven. Woensdag gaan we dan verder op pad naar natuurparken iets meer naar het westen…!

Sweet dreams!

20121029-181748.jpg

20121029-181824.jpg

20121029-181849.jpg

20121029-181920.jpg

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.